Weill, Dvořák en Gershwin – Nieuwe Groenmarkt kerk

Concert
Weill, Dvořák en Gershwin
When
zondag, november 23, 2008
15:00 - All Ages
Where
Groenmarktkerk (map)
Nieuwe Groenmarkt 12
Haarlem, Noord-Holland, Nederland 2011 TW
Other Info
Najaarsconcert in de Nieuwe Groenmarktkerk

Op zondagmiddag, 23 november 2008 om 15:00 uur, gaven wij ons Najaarsconcert in de Groenmarktkerk, aan de Nieuwe Groenmarkt in Haarlem.

Het thema van het concert richt zich op werken van componisten die als "immigrant" in de Verenigde Staten van Amerika hebben gewerkt. Op het programma staan werken van o.a. Kurt Weill (Dreigroschen Oper), Antonin Dvořák (American Suite) en George Gershwin (Gershwin Fantasy en A Gershwin Special).
George Gershwin

George gershwinGeorge Gershwin, geboren als Jacob Gershowitz (Brooklyn, New York City, 26 september 1898 – Hollywood, 11 juli 1937) was een Amerikaans componist. Gershwin werd vooral bekend door zijn werk op de grens van het bestaande klassieke genre en de opkomende jazz.

Hij werd geboren als zoon van Russisch-Joodse immigranten. Bij veel van zijn werk schreef zijn broer Ira de teksten.

Gershwin begon zijn loopbaan rond 1916 als liedjescomponist in wat men in de Verenigde Staten Tin Pan Alley noemt. Dit hield in dat een liedjescomponist zijn muziek speelde in een winkel waar bladmuziek verkocht werd, met het doel de verkoop van zijn bladmuziek te vergroten.

Al snel kreeg Gershwin landelijke bekendheid in Amerika en kwam hij in contact met theaterproducenten. Hij begon musicals te schrijven voor Broadway die grote successen werden.

Ondanks zijn grote successen bevredigde het lichte genre hem niet. Hij wilde als een serieuze ‘klassieke’ componist gezien worden. Zijn eerste en belangrijkste poging daartoe was het schrijven van de Rhapsody in Blue, die te beschouwen is als een poging om klassieke muziek en jazz tot elkaar te brengen. Het werk ontstond in 1924. Later volgde het bekende American in Paris en het grote werk Porgy and Bess. Tijdens zijn leven was deze opera verre van succesvol. Hij was hierdoor diep teleurgesteld.

Inmiddels hadden de verschijnselen van een hersentumor zich bij hem voorgedaan en hij overleed spoedig daarna op 38-jarige leeftijd.

George Gershwin stierf als een rijk man, maar had bij zijn leven niet de erkenning gekregen die hij zo graag had gewild. Na zijn dood heeft zijn werk meer waardering gekregen (ook onder de liefhebbers van klassieke muziek) en worden met name ook de klassieke werken regelmatig in de concertzaal uitgevoerd.
Kurt Weill

Kurt WeillGeboren in Duitsland en vertrok naar Amerika in 1935. Hij componeerde o.a. de Dreigroschen Oper samen met de schrijver Bertholt Brecht als theaterstuk in 1928.

Beiden hebben aan dit stuk een belangrijk deel van hun bekendheid te danken. Het stuk is gebaseerd op een opera uit 1728, de Beggar s Opera. Weills muziek staat geheel los van het oorspronkelijke stuk.

Ondanks zijn titel is het geen opera in enge zin maar meer een toneelstuk met 22 afzonderlijke zangnummers. Het stuk was bedoeld als sociale kritiek, waarbij de Londense onderwereld model stond voor het kapitalisme. Het stuk kreeg, zeker ook dankzij de muziek van Weill uiteindelijk vooral het karakter van een parodie. Het bekendste lied is wel ” Die Morität von Mackie Messer’’.

De Dreigroschenoper was zowel in Duitsland als daarbuiten zeer populair. In 1933 werd de muziek van Weill door de nazi s verboden. Weill verhuisde naar Parijs en later naar Amerika. Hier componeerde zeer veel innovatieve stukken voor theater. Weill bewerkte het stuk in 1928 ook voor blaasorkest zodat het overal gespeeld kon worden.

De eerste Nederlands Drie stuiveropera ging al op 14 september 1929 in première in een opvoering van het Oost-Nederlands Toneelgezelschap.
Antonin Dvořák

Antonin DvořákDvořák werd geboren op 8 September 1841, in Nelahozeves, vlakbij Praag (toen in het Oosterrijkse Rijk, tegenwoordig de Tsjechische Republiek), waar hij een groot deel van zijn leven heeft doorgebracht. Van 1857 tot 1859 studeerde hij muziek in Praag’s enige orgelschool en ontwikkelde hij zich tot een talentvolle violist en altviolist. In de 1860s speelde hij altviool in het Bohemian Provisional Theater Orchestra, dat vanaf 1866 werd gedirigeerd door Bedřich Smetana. In 1871 werd hij organist in de St. Adalbertkerk in Praag en maakte een creatieve periode door waarin hij veel componeerde.

Zijn second string kwintet componeerde hij in 1875 en in 1877 werd de aandacht van Johannes Brahms getrokken door de muziek die Dvořák maakte, met wie hij later bevriend raakte. Brahms heeft hem in contact gebracht met de muziekuitgever Simrock, wat leidde tot het publiceren van de Slavische dansen in 1878. Dvořák’s Stabat mater (1880) werd in het buitenland uitgevoerd en na een geweldige voorstelling in Londen in 1883, werd Dvořák in Engeland uitgenodigd. Zijn 7e symfonie werd geschreven in Londen, waar deze in 1885 in première ging. In 1891 ontving hij een eregraad van de universiteit van Cambridge en in datzelfde jaar ging zijn Requiem in première in Birmingham.

Van 1892 tot 1895 was Dvořák directeur van het conservatorium in New York. In de winter en lente van 1893 schreef Dvořák Symfonie nr 9 “From the New World”. Van 1893 tot 1895 schreef Dvořák String Quartet in F en het String Kwintet in E mineur, Sonatina voor viool en altviool, Cello Concert in B mineur. In de lente in 1895 keerde hij terug naar Tsjechië.
Dvořák was directeur van het conservatorium in Praag van 1901 tot aan zijn dood in 1904.
Dvořák American Suite

De American Suite (opus 98b, 1895) is een suite voor orkest, terwijl de Suite aanvankelijk door Dvořák alleen voor piano werd geschreven. Tijdens zijn verblijf in New York, tussen 19 februari en 1 maart 1894, heeft hij de suite gecomponeerd. Pas meer dan een jaar na zijn terugkeer in de Verenigde Staten en vlak voor zijn vertrek naar Europa, heeft hij de bewerking voor orkest geschreven.
De versie voor piano werd al snel nadat het stuk gecomponeerd werd uitgevoerd, echter de orkestversie zou pas vele jaren later gespeeld worden tijdens een concert in 1910. In 1911 werd de American Suite voor het eerste gepubliceerd, 7 jaar na de dood van Dvořák zelf.

Zoals vaak het geval is bij Dvořák, geeft de orkestversie een nieuwe dimensie aan de oorspronkelijke compositie. De cyclische aspecten zijn duidelijk aanwezig in zijn composities, zoals het hoofdthema in het eerste deel dat steeds terug blijft komen tot aan de finale. Dit openingsthema wordt getypeerd door Amerikaanse invloeden, die duidelijk in zijn stijl zijn te herkennen. Het is lastig om te onderscheiden of deze stijl afkomstig is van de typische volksmuziek van ‘de Nieuwe Wereld’ of toch afkomstig is van de muziek van de Tsjechische emigranten, naar wie de directeur van het conservatorium van New York graag luisterde, tijdens zijn verblijf in de Verenigde Staten.

De mix van Amerikaanse invloeden met Slavische tradities is ook te vinden in het ritme van de ‘alla Polacca’, het tweede deel. Het derde deel, waarvan het thema, unisono gespeeld door fluit en hobo, doet denken aan het verre Oosten, waarin heel eenvoudig de mineur akkoorden worden ingeruild voor een majeur klank.

« Back to the calendar

Plaats een reactie